Bővebb ismertető
De vervaardiging van Delfts aardewerk heeft zijn grootste bloei beleefd in de periode van ongeveer 1660 tot 1725. In die tijd was Delft het belangrijkste plateelbakkerscentrum van Europa ten Noorden van de Alpen. Het is ondenkbaar, dat het roemrijke 'Delfts' toen zou zijn ontstaan zonder dat de import van porselein uit het verre Oosten daartoe de weg had bereid; deze import bestond omstreeks 1600 uit Chinees porselein, dat onze zeevaarders buit maakten op de schepen (caraques of kraken), die zij op de Portugezen veroverden: vandaar de naam kraakporselein.
Kort na 1600 kon deze Portugese 'bemiddeling' worden uitgeschakeld toen schepen van onze Oost-Indische Compagnie het Chinese porselein in grote hoeveelheden begonnen in te voeren. Aanvankeüjk was dit vrijwel alleen het blauw beschilderde. Dit porselein viel zo goed in de smaak, dat de vraag het aanbod spoedig overtrof. Het grote succes, waarbij nog kwam een vermindering van de aanvoer door de onlusten, die in China na de dood van keizer Wan Li in 1619 waren uitgebroken, brachten de pottenbakkers ertoe het Chinese porselein te gaan nabootsen.
In het tweede kwart van de xvne eeuw bereikte de Hollandse ceramiek zulk een verfijning, dat de plateelbakkers zieh 'porceleynbakkers' en hun waren 'porceleyn' gingen noemen ter onderscheiding van het grovere 'Gheleyers'- of 'Schoteigoed', dat zij vroeger hadden gemaakt en 00k toen nog produeeerden. Delft werd van deze 'porceleyn '-ind us trie het voornaamste centrum. De stad was daarvoor gunstig gelegen aan de Schie, welke een belangrijke verkeersader werd voor het vervoer, zowel in het binnenland als naar het buitenland. Bovendien had Delft op andere plaatsen voor, dat ondernemende kooplieden handig profijt trokken van een achteruitgang in het aldaar eens zo bloeiende brou werij-bedrijf; leegstaande bierbrouwerijen konden tot plateelbakkerijen worden ingericht. Hun aantal Steeg tussen 1650 en 1670 van 8 tot 28; wel een bewijs van de snelle groei van deze bedrijfstak. Ook heden ten dage wordt het Delfts aardewerk nog dikwijls Delfts porselein genoemd. Er is evenwel nooit echt porselein gemaakt, omdat het de plateelbakkers aan de daarvoor benodigde fijne kaolinaarde ontbrak. Zij imiteerden het porselein door een getinte, brosse aarden kern te overdekken met een witte tinglazuur, die zieh in de oven op de aardlaag vasthechtte zonder er evenwel mede te versmelten. Vandaar dat het Delfts zo gemakkelijk afschilfert. Door het verfijnen van het mengsei der gebruikte aardsoorten, door het zuiveren der grondstoffen en door uiterste zorg te besteden aan de samenstelling van kleuren en glazuren werden produeten verkregen, die op het eerste gezicht veel op porselein gelijken. Bij nadere beschouwing Winnen zij het zelfs vaak van het wat koude Aziatische voorbeeld door de wärmere tint van het witte glazuur en door de bijzondere gloed der kleuren.